Een boottocht naar het pirateneiland Tabarca

Gepubliceerd op 4 juli 2018 20:32

Met de boot naar pirateneiland Tabarca

Een boottocht naar het pirateneiland Tabarca, Alicante, Costa Blanca, Spanje. Tabarca is het kleinste bewoonde eiland van Spanje. Tabarca betekend een  azuurblauwe zee, prachtige vergezichten,  leuke bootjes en kleurrijke vissershuisjes. Het eiland ligt ongeveer 9 km zuid oostelijk van Santa Pola. Er leven ongeveer 50 inwoners op het eiland, maar tijdens de zomer neemt dit aantal toe, dan het toerisme is de belangrijkste bron van inkomsten. Dit voormalige pirateneiland is slechts 1.800 meter lang en 400 meter breed.



Geschiedenis van het eiland Tabarca

Het eiland Tabarca was lange tijd een toevluchtsoord voor piraten. In 1768 werd het Nueva Tabarca genoemd omdat Karel III (Spaanse koning) 300 Genuese krijgsgevangen vrijgekocht van Tunesië. Zij werden vastgehouden op het eiland Tabarka in Tunesië.

De Genuezen zorgden ervoor dat er bewoning op het eiland kwam en de piraten verleden tijd waren. De gebouwen stammen nog steeds uit die tijd. Er is een fort, er zijn kerken, een verdedigingstoren en verdedigingsmuren. In de 19e eeuw werd het fort een staatsgevangenis.


Een boottocht naar het pirateneiland Tabarca,

Natuur

Het eiland is laag en aangezien het er vaak hard waait is de flora aangepast aan deze extreme omstandigheden. op het land is er dan ook een eenvoudig ecosysteem.

Het eiland is opgebouwd uit vulkanisch materiaal, waarin door de golfslag holten zijn gevormd. Men kan het gehele eiland gemakkelijk te voet bezoeken.

Het heldere water dat het eiland omringt maakt het tot een kraamkamer van vele levensvormen. De omgeving van het eiland is maakt deel uit van een maritiem Natuurreservaat, de ‘Reserva Marina de la Isla de Tabarca’, en is een beschermend toevluchtsoord voor vogels.

Bereikbaarheid

Er is een bootverbinding van het eiland met Alicante terwijl er ook vanuit het nabijere Santa Pola een veerdienst is. Vanuit Torrevieja, Benidorm en El Campello is het eiland ook bereikbaar.

 

Tekst: Willem Spoor



«   »