Home » Blog » Spaanse verhalen, sprookjes en legendes » De 'bandoleros' in Andalusië

De 'bandoleros' in Andalusië

Gepubliceerd op 20 juli 2018 09:55

De 'bandoleros'  in Andalusië

De 'bandoleros'  in Andalusië - Ik reisde door Andalusië, schreef Prosper Mérimée, waar naar men zegt de bandoleros heer en meester zijn, maar ik heb er geen enkele gezien. Onderweg praatten de koetsiers, mijn medereizigers en het personeel van de herbergen over niets anders. Overal waar we stopten om andere muilezels in te spannen, hoorden we een aantal afschuwelijke verhalen over reizigers die op een gruwelijke wijze vermoord waren en vrouwen die de bandieten ontvoerd hadden.



In het begin van de 19e eeuw waren de Sierras in Andalusië het domein van de Bandoleros. Deze door armoede gedreven struikrovers overvielen argeloze reizigers en vonden in het onherbergzame gebied een ideale schuilplaats. Een door vriend en vijand gerespecteerde bandolero was José Maria Hinojosa, beter bekend onder zijn bijnaam El Tempranillo. Altijd hoffelijk tegenover zijn slachtoffers stal hij nooit juwelen van emotionele waarde. Hij liet zelfs geld voor zijn slachtoffers achter zodat zij het volgende dorp konden bereiken.

Vele 19de-eeuwse reizigers in Spanje werden gefascineerd door de 'bandoleros', de struikrovers, overvallers en smokkelaars die in Andalusië actief waren.

De 'bandoleros' behoren tot de meest kleurrijke personnages uit de Andalusische geschiedenis. Ze werden 'Los reyes de los montes', de koningen van de bergen, genoemd. Ze heersten in groepen over de bergachtige streken in het binnenland van Andalusië, in een periode dat dit gebied bijna volledig geïsoleerd was van de rest van Spanje.

Als gevolg van de 4 grote epidemieën op het einde van de 18de eeuw, heerste er veel armoede in Spanje. Tussen 1804 en 1812 zorgde de Onafhankelijkheidsoorlog tegen de invasie van het napoleontische leger bovendien voor veel ellende. In Andalusië was toen nog het grootste gedeelte van het platteland in handen van grootgrondbezitters. Zo'n 80% van de Andalusische bevolking was dagloner.

De periode van de 'romantische bandoleros' lag tussen 1740 en 1840. Ze overvielen postkoetsen en andere rijtuigen op de grote doorgaanswegen van Andalusië. Daarnaast was het smokkelen van tabak en andere producten ook een erg lucratieve bron van inkomsten voor hen. Ze rebelleerden tegen de heersende machtshebbers. De 'romantische reizigers' rebelleerden dan weer tegen het in hun ogen steeds killer en rationeler wordende Europa van de Industriële Revolutie.

 'El Tempranillo', een beroemde bandolero, als 'een knappe, zwartharige, hoffelijke en moedige man.' Hij was de leider van de bende 'Los Niños de Ejica' (De kinderen van Ejica) die vooral actief was in de bergen rond Ronda tussen 1814 en 1818. Onder de druk van de publieke opinie schonk koning Ferdinand VII hem en zijn mannen gratie op voorwaarde dat ze een soort leger zouden vormen om de regio vrij te houden van de 'echte' bandieten.

Op 28-jarige leeftijd overleed El Tempranillo tussen zijn mannen aan de gevolgen van een verwonding, die hij opliep tijdens een poging om El Barabarillo, een bendeleider, te arresteren. In het 'Museo del Bandolero' in Ronda kunt u kennismaken met de wereld van de 'bandoleros'.



La Ruta del Tempranillo
In het grensgebied van de provincies Córdoba, Málaga en Sevilla kun je La Ruta del Tempranillo volgen. De route voert langs alle belangrijk plaatsten in het leven van de struikrover. De route begint in Jauja, waar zich het geboortehuis en doopkerk van El Tempranillo bevindt. Via het strategisch gelegen Badolatosa waar El Tempranillo zich voor zijn achtervolgens verschool voert de route naar de Ermita de la Fuensanta waar koning Fernando VII de struikrover zijn straf kwijtschold. De route eindigt in Alameda waar El Tempranillo door ex collega bandolero El Barberillo wegens verraad werd vermoord en waar de graftombe.

Prosper Mérimée (1803-1870) was auteur, historicus en archeoloog. Zijn meest bekende werk is de novelle Carmen die de basis vormt voor de gelijknamige opera van George Bizet.

Zijn beide ouders waren tekenleraar. Ze hadden een rijke culturele achtergrond en leidden een gecultiveerd leven. Er kwamen vaak Franse en Engelse kunstenaars op bezoek en Prosper sprak naast Frans ook vloeiend Engels.

Spanje fascineerde Prosper Mérimée zijn hele leven, maar hij bezocht het land maar eerst in 1830. De laatste jaren van zijn leven bracht hij omwille van zijn verslechterende gezondheidstoestand door in Zuid-Frankrijk. Hij ligt begraven op het Engels kerkhof in Cannes. ( Herwig Waterschoot )

 

Bron: Vlamingen in de wereld Costa Blanca




«   »